Je hebt een spaarpot van twintigduizend euro staan bij je Nederlandse bank, levert een half procent op, en ondertussen zie je advertenties van Estse of Letse banken die het drievoudige spaarrente bieden. De vraag is niet of je het verschil opmerkt, maar of je het veilig kunt verzilveren. Want zodra je begint te zoeken, duikt meteen het gevoel op dat er ergens een addertje onder het gras zit. Dit artikel beantwoordt de vragen die je tegenhoudt: hoe zit het met de depositogarantie, wat als die bank omvalt, en wat moet je aan de Belastingdienst melden.
Stel jezelf eerst deze drie vragen
Voordat je ook maar een formulier opent, zijn er drie vragen die direct veel duidelijkheid geven.
Heb je dit geld snel nodig? Veel buitenlandse spaarrekeningen zijn termijndeposito’s. Je zet je geld vast voor drie, zes of twaalf maanden, en tussentijds opnemen is niet mogelijk of kost een boete. Heb je die €20.000 misschien nodig als je auto het begeeft? Dan is een termijndeposito in Letland geen goed idee.
Wat is je belastingsituatie? Als je al dicht tegen de vrijstellingsgrens in box 3 zit, of als je een fiscaal partner hebt met eigen vermogen, kan extra spaargeld in het buitenland de belastingdruk verhogen. Geen showstopper, maar je moet het meenemen in je rekensom.
Hoe digitaal vaardig ben je? Veel buitenlandse banken werken volledig online, in het Engels, zonder Nederlandse klantenservice. Als je al moeite hebt met iDEAL-problemen bij je eigen bank, gooi dan geen extra laag complexiteit in de mix.
Hoe het depositogarantiestelsel buiten Nederland werkt
Binnen de EU geldt in elk land een depositogarantie van maximaal €100.000 per persoon per bank. Dat klinkt geruststellend, en voor de meeste mensen is het dat ook. Maar er zit een verschil in de praktijk.
Als een Nederlandse bank omvalt, zorgt het Nederlandse Depositogarantiestelsel (DGS) voor uitbetaling. De Nederlandse overheid staat er achter, de communicatie is in het Nederlands en de uitbetaling verloopt snel, normaal gesproken binnen zeven werkdagen.
Als een Letse of Roemeense bank omvalt, ben je afhankelijk van het garantiefonds van dat land. Dat fonds kan kleiner zijn, de bureaucratie kan trager zijn en je moet zelf actie ondernemen in een land waarvan je de taal niet spreekt. De garantie geldt wettelijk wel, maar de weg ernaartoe is langer en onzekerder. Voor een doorsnee spaarder met €30.000 is dit geen reden om af te haken, maar wel een reden om niet al je spaargeld op één buitenlandse rekening te zetten.
Bank rechtstreeks of via een platform zoals Raisin
Dit is een onderscheid dat veel mensen missen. Er zijn twee manieren waarop je bij een buitenlandse bank terecht kunt komen.
De eerste manier: de bank is zelf actief op de Nederlandse markt. Ze hebben een vergunning aangevraagd bij De Nederlandsche Bank of vallen onder het Europees paspoort en zijn genotificeerd bij DNB. Je sluit een account direct met die bank.
De tweede manier: je gebruikt een spaardersplatform zoals Raisin (ook bekend als Raisin.nl of eerder Savedo). Zo’n platform bundelt aanbod van meerdere banken. Handig en overzichtelijk, maar let op: je garantie loopt in sommige gevallen via het platform als tussenpersoon. Controleer altijd of je rekening op jouw naam staat bij de bank zelf. Als het geld geparkeerd staat op een omnibusrekening van het platform, ben jij niet de directe rekeninghouder en wordt je garantiepositie ingewikkelder.
Stap 1: controleer de vergunning
Zoek de bank op in het register van de European Banking Authority (EBA). Dat doe je via registers.eba.europa.eu. Zoek op de naam van de bank en controleer of ze een vergunning hebben van een erkende EU-toezichthouder. Je ziet dan onder welk land de bank valt en welk garantiefonds van toepassing is.
Controleer ook het DNB-register op dnb.nl als de bank claimt in Nederland actief te zijn. Is de bank daar niet te vinden terwijl ze dat wel beweren? Rode vlag. Stop dan.
Stap 2: account openen
De meeste buitenlandse spaarbanken vragen een geldig identiteitsbewijs (paspoort of ID-kaart), een bewijs van adres (recente rekening of uittreksel GBA) en soms een bewijs van inkomen of herkomst van het geld. Dat laatste is de zogenaamde UBO-check of anti-witwascontrole.
Identiteitsverificatie verloopt tegenwoordig vaak via een app: je maakt een foto van je ID en een selfie, en een algoritme controleert de match. Reken op een doorlooptijd van één tot vijf werkdagen voor de account-goedkeuring, afhankelijk van de bank.
Stap 3: de eerste overboeking
Stuur bij de eerste overboeking altijd een relatief klein bedrag, zoals €10 tot €50, om te testen of de rekening correct werkt en het geld aankomt. Daarna maak je het grotere bedrag over.
Sommige Nederlandse banken hebben een daglimiet op internationale overboekingen. Die ligt vaak op €10.000 tot €25.000 per dag. Heb je meer te verplaatsen, dan doe je dat in meerdere tranches. Bewaar je bankafschriften zodat je de herkomst van het geld kunt aantonen. Dit is nuttig voor zowel de ontvangende bank als de Belastingdienst.
Stap 4: belastingaangifte correct regelen
Dit is het deel waar veel mensen van schrikken, maar het valt mee. Buitenlands spaargeld valt in Nederland gewoon in box 3, net als je Nederlandse spaarrekening. Je geeft het op als bezitting in het buitenland, met het rekeningnummer en de naam van de bank.
Wat je moet weten: Nederland doet mee aan de Common Reporting Standard (CRS). Dat is een internationaal systeem waarbij banken jaarlijks automatisch jouw rekeninggegevens doorsturen naar de Belastingdienst van jouw woonland. De Belastingdienst weet dus vrijwel zeker al dat je die rekening hebt. Niet opgeven is daarom niet alleen onwettelijk, het is ook zinloos.
Vul het bedrag in bij de aangifte op de peildatum, dat is 1 januari van het betreffende jaar. De rente die je ontvangen hebt telt ook mee als onderdeel van je vermogen.
Levert het hogere rentepercentage daadwerkelijk meer op?
Stel: je hebt €50.000 te beleggen en je Nederlandse bank biedt 0,8 procent. Een Roemeense bank via Raisin biedt 3,2 procent. Het verschil is 2,4 procentpunt. Op €50.000 is dat €1.200 extra rente per jaar.
Trek daar de extra complexiteit van af: je besteedt misschien vier uur aan het openen van de rekening, één uur per jaar aan de administratie voor de belastingaangifte en af en toe tijd aan het beheren van verlengingen als het een termijndeposito is. Als jouw tijd €50 per uur waard is, kost je dat pakweg €300 in het eerste jaar. Dan houd je netto zo’n €900 extra over.
Voor bedragen onder de €10.000 wordt het rekensommetje veel minder interessant. Bij €5.000 is het renteverschil €120 per jaar. Dan is de vraag of dat de moeite waard is eerlijk gezegd nee.
Het breekpunt ligt voor de meeste mensen ergens tussen de €15.000 en €25.000. Daarboven begint het echt te renderen.
Drie situaties waarin je beter niet verplaatst
Er zijn scenario’s waarbij je echt beter kunt wachten of afzien.
- Korte spaarhorizon. Als je dit geld binnen zes maanden nodig hebt voor een grote aankoop, is een termijndeposito ongeschikt. Je hebt geen flexibiliteit en de rente verdien je pas terug als je de looptijd uithoudt.
- Erfenis in aantocht. Sta je op het punt een erfenis te ontvangen die je vermogen boven €100.000 duwt? Dan is het slim om eerst de stofneerslag te laten bezinken voordat je gaat verplaatsen. De verdeling over meerdere banken en landen kan dan wel zinvol zijn, maar doe het gestructureerd.
- Spaargeld als hypotheekbuffer. Heb je spaargeld gereserveerd als eigen inbreng of noodbuffer voor een hypotheek die je binnenkort wil afsluiten? Laat dat geld dan op een direct opvraagbare Nederlandse rekening staan. Een notaris of hypotheekadviseur wil aantoonbare liquiditeit zien, en dat is lastiger als het geld vastzit in een Estlands termijndeposito.
Stoppen: rekening opzeggen en geld terughalen
Wil je er op een gegeven moment mee stoppen? Voor een termijndeposito wacht je tot het einde van de looptijd. Verleng dan niet, of geef tijdig op dat je het geld wil laten uitkeren. De meeste banken vragen dit twee tot vier weken voor het einde van de termijn.
Het geld wordt teruggestort op de bankrekening waarmee je ook de eerste overboeking deed. Zorg dat die rekening nog actief is.
Sluit daarna de buitenlandse rekening formeel af, bewaar de bevestiging en vergeet niet om de rekening het jaar erna niet meer op te geven in je belastingaangifte. Bewaar de afsluitbevestiging en de eindafrekening minimaal zeven jaar in je administratie.
Spaargeld bij een buitenlandse bank onderbrengen is voor de meeste Nederlanders haalbaar, mits je de vergunning controleert en begrijpt welk depositogarantiestelsel van toepassing is. Zet alleen geld weg dat je voor de gekozen looptijd kunt missen. Bij bedragen vanaf twintigduizend euro is het verschil in rente concreet genoeg om de uitzoekarbeid te rechtvaardigen. Daar onder is het een afweging van tijd versus opbrengst, en is nee zeggen ook een redelijk antwoord.


