Pensioenstorting als zzp’er vóór 31 december: hoeveel mag je storten en wat levert het op

/
Zzp'er bekijkt financiële documenten om pensioenstorting te berekenen

Je boekhouding laat een mooi resultaat zien dit jaar, maar als je eerlijk bent: je hebt nog geen euro apart gezet voor je pensioenopbouw. November is bijna voorbij en 31 december komt snel. Dit is precies het moment waarop een storting op een lijfrenterekening nog verschil maakt voor je belastingaangifte over dit jaar. Doe je het na die datum, dan mis je de aftrek volledig en betaal je gewoon mee aan de volgende aanslag.

Wat je mag storten hangt af van je inkomen en de zogeheten jaarruimte. Dat klinkt ingewikkelder dan het is. In dit artikel lees je hoe je die ruimte berekent, wat een storting je concreet oplevert en waar je op moet letten als je dit voor het eerst doet.

Waarom 31 december een harde grens is

De Belastingdienst hanteert een simpele regel: lijfrentepremies zijn aftrekbaar in het jaar waarin je ze daadwerkelijk betaalt. Stort je op 29 december, dan valt de aftrek in dit jaar. Stort je op 2 januari, dan valt hij in het volgende jaar. Er is geen uitzondering, geen nabetaaltermijn, geen goede bedoelingen die meetellen. De datum op de afschrijving is wat telt.

Dat betekent ook dat je nu, begin november, nog ruim de tijd hebt. Je kunt een lijfrenterekening openen, de berekening maken en het geld overmaken. Maar wacht niet tot 30 december om erachter te komen dat je rekening nog geopend moet worden.

Twee potjes die zzp’ers door elkaar halen

Er zijn twee manieren om belastingaftrek te krijgen op pensioenstortingen, en ze werken anders.

De jaarruimte is wat je dit jaar mag aftrekken op basis van je winst uit dit jaar. Die bereken je aan het einde van het jaar als je weet wat je verdiend hebt. De reserveringsruimte is de optelsom van onbenutte jaarruimte uit de afgelopen jaren. Die mag je in één keer inhalen, tot een wettelijk maximum.

Veel zzp’ers denken dat ze maar een beperkt bedrag mogen storten. In werkelijkheid kun je, zeker als je al een paar jaar zzp’er bent en nooit eerder hebt gestort, een flinke inhaalslag doen via de reserveringsruimte. Maar laten we beginnen bij de basis.

Jaarruimte berekenen: vier regels

De formule voor jaarruimte ziet er technisch uit, maar valt mee als je hem stap voor stap doorloopt. We rekenen hem door voor een zzp’er met een jaarwinst van €65.000.

De formule: Jaarruimte = (winst x 30%) min pensioenaangroei. Als zzp’er heb je geen pensioenopbouw via een werkgever, dus die aftrekpost is nul. De factor 30% is het AOW-franchise-gecorrigeerde percentage dat de Belastingdienst hanteert voor lijfrenteaftrek.

Concreet voor €65.000 jaarwinst:

  • Stap 1: Trek de AOW-franchise af van je winst. Die franchise bedraagt in 2026 ongeveer €17.000. Dus: €65.000 min €17.000 = €48.000.
  • Stap 2: Neem 30% van dit bedrag: €48.000 x 30% = €14.400.
  • Stap 3: Trek hiervan af wat je eventueel al hebt gestort in een lijfrente dit jaar. Stel: niets. Dan is je jaarruimte €14.400.
  • Stap 4: Check het maximumbedrag. Voor jaarruimte geldt een wettelijk plafond. Zit je daar ruim onder (zoals in dit voorbeeld), dan is €14.400 je maximale aftrek via jaarruimte.

Houd er rekening mee dat de exacte franchise en het percentage elk jaar iets kunnen wijzigen. Controleer de actuele bedragen op de website van de Belastingdienst of vraag je boekhouder om de precieze cijfers voor dit belastingjaar.

Reserveringsruimte: inhaalslagen tot tien jaar terug

Heb je de afgelopen jaren als zzp’er gewerkt maar nooit of weinig gestort? Dan heb je waarschijnlijk opgebouwde reserveringsruimte. Je mag onbenutte jaarruimte van de afgelopen tien jaar bij elkaar optellen en alsnog in één keer gebruiken.

Er zit wel een wettelijk maximum aan. Voor zzp’ers jonger dan 65 jaar geldt een maximale reserveringsruimte van iets meer dan €38.000 (het exacte bedrag is wettelijk vastgelegd en wordt jaarlijks geïndexeerd). Ben je 65 jaar of ouder, dan ligt het maximum hoger.

Als je dus vijf jaar zzp’er bent en nooit hebt gestort, kun je naast je jaarruimte van dit jaar ook flink wat reserveringsruimte benutten. Dat telt allemaal mee voor de aangifte over dit jaar, zolang je het geld vóór 31 december stort.

Rekenvoorbeeld: wat levert €8.400 storten concreet op?

Stel je bent 42 jaar, zzp’er in de IT, jaarwinst dit jaar rond de €65.000, en je hebt via reserveringsruimte vastgesteld dat je €8.400 kunt aftrekken. Wat gebeurt er dan?

Je trekt €8.400 af van je belastbaar inkomen. Op een inkomen van €65.000 betaal je in de tweede belastingschijf een tarief van 49,5%. Dat klinkt hoog, maar een deel van je inkomen zit in de eerste schijf. Voor dit rekenvoorbeeld gaan we ervan uit dat je €8.400 volledig in de tweede schijf valt, wat bij €65.000 inkomen realistisch is.

Belastingvoordeel: €8.400 x 49,5% = ongeveer €4.158.

Dat is geen vaag percentage of een belofte voor later. Dat is concreet geld dat je minder betaalt op je inkomstenbelastingaanslag, of dat je terugkrijgt als je al te veel hebt betaald via voorlopige aanslagen. Je legt €8.400 opzij voor je pensioen en je nettovermogen daalt maar met €4.242, want de Belastingdienst betaalt de rest mee.

Waar stort je naartoe?

Je kunt niet zomaar geld op een spaarrekening zetten en dat aftrekken. Het moet naar een erkend lijfrenteproduct waarmee je zelf extra pensioen opbouwt. Er zijn drie varianten.

Bancaire lijfrente: een geblokkeerde rekening bij een bank (of soms een vermogensbeheerder) waar je geld op staat. Simpel, lage kosten, en je ziet precies wat er staat. Nadeel: het rendement is wat je zelf maakt, via spaarrente of eigen beleggingskeuzes.

Verzekerde lijfrente: een product bij een verzekeraar. Vaak met gegarandeerde uitkering op einddatum. Minder flexibel, hogere kosten, maar meer zekerheid over de uitkomst. Interessant als zekerheid voor jou zwaarder weegt dan maximaal rendement.

Beleggingslijfrente: vergelijkbaar met de bancaire variant, maar dan expliciet gericht op beleggen in fondsen. Meer rendementspotentie op de lange termijn, maar ook meer risico. Voor zzp’ers van begin veertig met een horizon van twintig jaar is dit vaak de meest logische keuze, maar dat hangt af van je situatie.

Advies: open een bancaire of beleggingslijfrente bij een online aanbieder. Dat gaat snel, vaak binnen een dag, en je kunt flexibel storten wanneer je wilt.

Wat je vóór 31 december geregeld moet hebben

Zorg dat de volgende drie dingen op orde zijn voordat de jaargrens valt:

  • Rekening geopend: heb je nog geen lijfrenterekening, open die dan nu. Veel aanbieders activeren een rekening binnen één werkdag, maar rond de jaarwisseling kan het drukker zijn.
  • Storting uitgevoerd: de overboeking moet daadwerkelijk verwerkt zijn vóór 31 december. Doe het ruim voor die datum om vertragingen te vermijden.
  • Bewijs bewaard: sla het bankafschrift op waarop de storting staat. Dit heb je nodig voor je belastingaangifte. Je vult het bedrag in onder ‘lijfrentepremies’ en de Belastingdienst kan om bewijs vragen.

Drie cijfers die je nu uit je boekhouding nodig hebt

Voordat je verder rekent, haal deze drie getallen op uit je administratie:

1. Je verwachte jaarwinst voor dit jaar. Dat is de winst uit je jaarrekening of een goede schatting op basis van wat je tot nu toe hebt gefactureerd. Dit vormt de basis van je berekening.

2. Wat je de afgelopen tien jaar hebt gestort aan lijfrentepremies. Dat zie je terug in je oude aangiftes. Zo kun je uitrekenen hoeveel reserveringsruimte je nog hebt.

3. Je AOW-opbouwjaren tot nu toe. Dit heeft invloed op de berekening bij de Belastingdienst, al speelt het bij de basisformule een beperkte rol. Je sociale verzekeringshistorie vind je op MijnOverheid.

Met deze drie cijfers kun je zelf een eerste berekening maken, of je boekhouder in vijf minuten precies laten uitrekenen wat jouw maximale aftrek is. Dat gesprek is de moeite meer dan waard.

Heb je de jaarruimte berekend en wil je die benutten, zorg dan dat de storting voor 31 december daadwerkelijk verwerkt is. Niet het moment dat je opdracht geeft, maar de verwerkingsdatum telt. Plan het dus deze week in en niet op 29 december.

Heb je nog geen lijfrenterekening, open die dan eerst. Dat kost bij de meeste aanbieders een dag of twee. Weet je niet zeker hoe hoog je winst dit jaar uitvalt, vraag je boekhouder dan om een schatting. Op basis daarvan kun je nog steeds een verantwoorde storting doen, ook als de definitieve cijfers er nog niet zijn.

Laatste blog berichten