Je hebt net je aanstellingsbrief gekregen en ziet ergens ‘LB, periodiek 6’ staan. Of je bent al drie jaar voor de klas en vraagt je af waarom je collega met hetzelfde diploma meer verdient. De loonschalen in het onderwijs zijn voor veel leraren een zwart gat: ze bestaan, ze bepalen je inkomen, maar hoe ze precies werken blijft vaag. Wie de systematiek begrijpt, staat sterker in een salarisonderhandeling en weet wanneer hij of zij recht heeft op meer.
LA, LB, LC en LD: de salarisschalen in het onderwijs op een rij
De loonschalen in het onderwijs zijn gekoppeld aan functies, niet aan personen. Dat klinkt abstract, maar het betekent simpelweg: je schaal hangt af van de functie die je bekleedt, en die functie is weer afhankelijk van je opleiding en de sector waarin je werkt.
- LA: de instapschaal voor leraren in het primair onderwijs (basisschool, speciaal basisonderwijs). Hbo-pabo is de bijbehorende opleiding.
- LB: hogere schaal, zowel in het po als in het vo. In het basisonderwijs vraagt LB om extra taken of een hogere kwalificatie; in het voortgezet onderwijs is LB de standaard instapschaal voor leraren met een tweedegraads bevoegdheid.
- LC: voor leraren met een eerstegraads bevoegdheid in het vo, of voor leraren in het po met een leidinggevende of coördinerende rol.
- LD: de hoogste docentenschaal, bedoeld voor expert-leraren in het vo met een breed takenpakket buiten de klas, zoals onderzoek of schoolontwikkeling.
De functiemix bepaalt hoeveel procent van de leraren op een school in LB, LC of LD zit. Die percentages zijn vastgelegd in de cao en verschilLen per sector en schooltype.
Hoe een salarisschaal is opgebouwd: periodieken en ervaringsjaren
Elke schaal bestaat uit een reeks treden, ook wel periodieken of salarisperioden genoemd. Elk jaar dat je goed functioneert, stijg je automatisch een trede. Dat gaat door totdat je het maximum van je schaal bereikt.
Daarnaast kennen sommige schalen een aanloopschaal en een uitloopschaal. De aanloopschaal is bedoeld als tijdelijke instapvariant voor mensen die de opleiding hebben maar nog weinig praktijkervaring. De uitloopschaal biedt ervaren leraren een extra stap boven het reguliere maximum, mits ze structureel uitstekend presteren en de school dat formeel erkent.
Concreet: een starter in LB begint op trede 1 of 2, terwijl een collega met acht jaar relevante werkervaring direct op trede 6 of 7 kan instromen. Dat scheelt al snel 200 tot 400 euro bruto per maand.
Stap 1: bepaal je startpunt bij indiensttreding
Bij je aanstelling bepaalt de werkgever op welke trede je start. Dat gebeurt op basis van twee dingen: je opleiding (die bepaalt de schaal) en je relevante werkervaring (die bepaalt de trede). Ervaring hoeft niet per se in het onderwijs te zijn. Een carrièrewisselaar die tien jaar in de zorg of het bedrijfsleven werkte, kan die jaren gedeeltelijk meerekenen, zeker als de werkzaamheden aansluiten op de nieuwe functie.
Tip: lever bij indiensttreding altijd een volledig cv aan met een duidelijke beschrijving van eerdere functies. Werkgevers zijn niet verplicht om proactief de hoogst mogelijke trede toe te kennen, maar ze mogen dat wel. Wie niks vraagt, krijgt soms gewoon het minimum.
Stap 2: bereken je bruto maandsalaris
De exacte bedragen liggen vast in de cao po (primair onderwijs) en de cao vo (voortgezet onderwijs). De tabel hieronder geeft een indicatieve bandbreedte op basis van de meest recente cao-tabellen. Gebruik dit als richting, niet als absolute garantie, want cao’s worden regelmatig herzien.
| Schaal | Sector | Minimum (trede 1, bruto/maand) | Maximum (eindtrede, bruto/maand) |
|---|---|---|---|
| LA | PO | ca. €2.700 | ca. €3.900 |
| LB | PO / VO (2e graad) | ca. €3.000 | ca. €4.600 |
| LC | VO (1e graad, bovenbouw) | ca. €3.600 | ca. €5.500 |
| LD | VO (expert-leraar) | ca. €4.200 | ca. €6.300 |
Controleer altijd de actuele salaristabel via de website van jouw cao (PO-Raad of VO-raad) of via je vakbond. Die tabellen worden jaarlijks bijgewerkt na cao-onderhandelingen.
Stap 3: vertaal bruto naar netto
Van je brutosalaris gaan loonheffing, premies en eventuele pensioenbijdrage (via ABP) af. Ruwweg houd je als leraar zo’n 65 tot 75 procent van je bruto over als netto, afhankelijk van je inkomensniveau en persoonlijke situatie.
Bovenop je maandsalaris ontvang je:
- Vakantiegeld: 8 procent van je jaarsalaris, uitbetaald in mei of juni.
- Eindejaarsuitkering: doorgaans rond de 8,3 procent van het jaarsalaris, uitbetaald in november of december.
Die twee extra’s verhogen je effectieve jaarloon flink. Een LB-leraar met een bruto maandsalaris van €3.800 verdient op jaarbasis al snel ruim €55.000 inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering.
Waarom een VO-leraar structureel meer verdient dan een PO-leraar
Zelfs als twee leraren allebei in LB zitten, verdient de VO-leraar in de praktijk vaak meer. Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste is de LB-schaal in het vo de standaard instapschaal, waardoor leraren daar sneller op hogere treden instromen. Ten tweede loopt de functiemix in het vo hoger op: meer leraren stromen door naar LC of LD.
Dit verschil is al jaren een heikel punt in het onderwijsdebat. Een basisschoolleraar met een master die in LA zit, verdient structureel minder dan een collega in het vo met vergelijkbare opleiding. Politiek is er druk om dit gat te dichten, maar vooralsnog bestaat het verschil gewoon.
Doorgroeien: van LA naar LB of hoger
Automatisch stijg je alleen binnen je schaal, niet naar een hogere schaal. Doorstromen naar LB of LC vereist een actieve stap. Dat kan via:
- Een hogere opleiding afronden (bijvoorbeeld een master na je hbo-pabo).
- Een andere functie aannemen met meer verantwoordelijkheid (intern begeleider, vakcoördinator).
- Een formele functiebeschrijving die past bij een hogere schaal, goedgekeurd door de schoolleiding.
Wacht hier niet passief op. Bespreek dit actief in je functioneringsgesprek en vraag expliciet naar de mogelijkheden binnen de functiemix van jouw school. Sommige scholen hebben ruimte voor extra LB-plekken maar vullen die pas in als leraren erom vragen.
Startende leraar vs. leraar met 10 jaar ervaring: wat is het verschil?
Om het concreet te maken: een startende pabo-afgestudeerde begint in LA op een bruto maandsalaris van grofweg €2.700 tot €2.900. Na tien jaar, bij een vlotte doorstroom door de treden, zit diezelfde leraar (nog steeds in LA) op ongeveer €3.400 tot €3.600 bruto per maand. Is die leraar in de tussentijd doorgestroomd naar LB, dan kan het maandsalaris oplopen tot €4.000 tot €4.600.
In het vo gaat het sneller omhoog: een starter met tweedegraads bevoegdheid begint in LB rond €3.000, en zit na een jaar of tien op €3.800 tot €4.400 bruto, afhankelijk van de trede en eventuele functiemix-doorstroom.
Toelagen en extra’s die je salaris kunnen verhogen
Naast je basissalaris zijn er een aantal toelagen die je loonstrookje kunnen verrijken:
- Arbeidsmarkttoelage: scholen in regio’s met tekorten (zoals grote steden) mogen een extra toelage betalen om leraren aan te trekken of te behouden.
- Schoolleidertoelage: voor leraren die ook een managementtaak uitvoeren zonder formeel directeur te zijn.
- Inconveniëntentoelage: compensatie voor onregelmatige werktijden of bijzondere werkomstandigheden.
- Overwerk en extra taken: in de cao zijn regels opgenomen voor vergoeding van werk boven je aanstelling.
Op je loonspecificatie zie je deze terug als aparte regels met codes. Begrijp je een code niet, vraag dan gerust om uitleg aan de salarisadministratie. Je hebt daar gewoon recht op.
Als je eenmaal weet in welke schaal je zit, op welke trede je staat en wat er nodig is om een stap verder te zetten, heb je een stuk meer grip op je eigen inkomen. Gebruik functioneringsgesprekken actief om inschaling te bespreken, zeker als je extra taken hebt of een aanvullende opleiding hebt afgerond. Je salaris groeit niet vanzelf naar het maximum: daar moet je zelf sturing aan geven.


