Je hebt net de uitspraak ontvangen en die pakt verkeerd uit. Hoger beroep is een optie, maar voordat je die stap zet wil je weten wat je kwijt bent. Griffierecht alleen al kan, afhankelijk van het soort zaak, oplopen tot meer dan duizend euro, en dat bedrag moet je meestal direct betalen voordat de rechter ook maar één stuk leest.
In dit artikel reken je het stap voor stap door: van griffierecht tot proceskostenveroordeling, van toevoeging tot het weinig bekende dwangsomspoor.
Hoeveel griffierecht betaal je in november 2026?
Griffierecht is het bedrag dat je betaalt om de rechter te mogen vragen naar jouw zaak te kijken. De hoogte hangt af van drie dingen: in welk rechtsgebied je zit (civiel of bestuursrecht), wie je bent (natuurlijk persoon of rechtspersoon), en bij welke instantie je procedeert.
Hieronder een overzicht van de actuele griffierechttarieven voor hoger beroep:
| Instantie | Rechtsgebied | Natuurlijk persoon | Rechtspersoon |
|---|---|---|---|
| Gerechtshof | Civiel | ca. €343 | ca. €783 |
| Gerechtshof | Civiel (laag belang, onder €500) | ca. €136 | ca. €136 |
| Hoge Raad | Civiel (cassatie) | ca. €343 | ca. €783 |
| Hoger beroep bestuursrechter (bijv. ABRvS of CRvB) | Bestuursrecht | ca. €184 | ca. €551 |
| Raad van State (ABRvS) | Bestuursrecht | ca. €184 | ca. €551 |
Let op: deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Controleer de actuele tarieven altijd via rechtspraak.nl voordat je een procedure start, want een paar tientjes verschil kan bij rechtspersonen al snel oplopen.
Wanneer moet je betalen en wat is de fatale termijn?
Na het instellen van hoger beroep krijg je een nota van de griffie. Je moet het griffierecht binnen vier weken betalen. Die termijn is fataal: betaal je te laat, dan wordt je beroep niet-ontvankelijk verklaard. Je verliest dan zonder inhoudelijke beoordeling, en je griffierecht krijg je niet terug.
Plan dit dus niet op de laatste dag. Overboeking tussen banken kan een dag kosten, en als de deadline op een vrijdag valt, ben je het weekend al voor je het weet kwijt aan bankverwerkingstijd.
Verschilt het griffierecht per instantie?
Ja, en flink ook. In het civiele recht ga je van rechtbank naar gerechtshof, en eventueel door naar de Hoge Raad (cassatie). Bij elk van die stappen betaal je opnieuw griffierecht, ook bij cassatie naar de Hoge Raad. In het bestuursrecht loopt het traject van rechtbank naar hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) of de Centrale Raad van Beroep (CRvB), afhankelijk van het type zaak.
Bij de CRvB gaat het vaak over sociale zekerheid en ambtenarenzaken; bij de ABRvS over ruimtelijke ordening, omgevingsvergunningen en vreemdelingenrecht. De tarieven zijn voor beiden vergelijkbaar, maar lager dan in het civiele recht, zeker voor particulieren.
Griffierecht verlagen via toevoeging of betalingsregeling
Heb je een laag inkomen? Dan kun je een toevoeging aanvragen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Krijg je die toegewezen, dan betaal je een gereduceerde eigen bijdrage in plaats van het volledige griffierecht. Voor mensen met een inkomen net boven bijstandsniveau kan dit oplopen tot een verschil van honderden euro’s.
Rechtspersonen (bedrijven, stichtingen) komen in principe niet in aanmerking voor een toevoeging, tenzij ze aantoonbaar in financiële nood verkeren. Een betalingsregeling bij de griffie is formeel niet mogelijk; griffierecht moet in één keer worden voldaan.
Praktisch advies: vraag de toevoeging aan vóórdat je het hoger beroep instelt. De Raad voor Rechtsbijstand heeft verwerkingstijd nodig, en als je ondertussen de griffierechttermijn mist, helpt geen enkele toevoeging meer.
Wat is een proceskostenveroordeling?
Los van griffierecht zijn er de kosten van je advocaat of rechtsbijstandsverlener. Als je wint, kan de rechter de verliezende partij veroordelen om een deel van die kosten te vergoeden. Dat heet een proceskostenveroordeling.
In het civiele recht gebruikt de rechter het liquidatietarief. Dat is een puntensysteem waarbij elke processtap (dagvaarding, conclusie van eis, pleidooi) een vast aantal punten oplevert. Per punt geldt een bedrag dat afhankelijk is van de hoogte van het financieel belang van de zaak. Een gewonnen hoger beroep bij een vordering van €25.000 levert via het liquidatietarief typisch een vergoeding op van €1.500 tot €3.000, terwijl je advocaat in werkelijkheid misschien wel €8.000 heeft gedeclareerd. Het is een tegemoetkoming, geen volledige vergoeding.
In het bestuursrecht werkt het anders. Daar geldt het Besluit proceskosten bestuursrecht, met vaste bedragen per punt. Eén punt staat momenteel voor circa €907 (dit wordt jaarlijks bijgesteld). Een succesvol hoger beroep met een zitting levert al gauw 2,5 tot 3 punten op, wat neerkomt op een proceskostenvergoeding van ruwweg €2.000 tot €2.700.
Wanneer wijst de rechter een proceskostenveroordeling toe?
In civiele zaken geldt: de verliezer betaalt. Maar de rechter kan ook besluiten de kosten te compenseren, wat betekent dat elke partij zijn eigen kosten draagt. Dat gebeurt vaker dan je denkt, bijvoorbeeld als beide partijen gedeeltelijk gelijk krijgen of als de zaak een bijzonder persoonlijk karakter heeft (denk aan familiezaken).
In het bestuursrecht is een proceskostenveroordeling ten laste van de overheid verplicht als de burger in het gelijk wordt gesteld. De overheid betaalt dan de kosten, inclusief eventueel griffierecht. Dat klinkt als muziek in de oren, maar de overheid betaalt altijd alleen het forfaitaire bedrag, nooit de werkelijke advocaatkosten.
Hoe werkt terugbetaling van griffierecht als je wint?
Als je wint in hoger beroep, betaalt de verliezende partij jouw griffierecht terug als onderdeel van de proceskostenveroordeling. Dit gaat niet automatisch: het staat in de uitspraak, en je moet het zelf innen bij de verliezende partij.
Wint je van de overheid in een bestuursrechtelijke zaak? Dan is de overheid verplicht het griffierecht terug te betalen. Dat moet zij zelf uitvoeren na de uitspraak; je hoeft daar normaal geen apart verzoek voor in te dienen. In de praktijk duurt dat soms weken, maar de verplichting is wettelijk verankerd.
Het dwangsomspoor: een aparte kostenlogica
Dit onderdeel wordt vaak vergeten, maar het is financieel relevant. Als de overheid niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaar, kun je een ingebrekestelling sturen. Reageert de overheid dan alsnog niet binnen twee weken, dan loopt er een dwangsom op van maximaal €1.442 (bedrag 2026). Betaalt de overheid die dwangsom niet, of beslist ze toch te laat en ga je daarna in beroep, dan ontstaat er een aparte kostenlogica.
In het beroep dat volgt op een niet-tijdig-beslissenszaak, is de overheid bijna automatisch de verliezende partij. De rechter veroordeelt haar dan in de proceskosten én vergoedt het griffierecht. Heb je dus een lopende dwangsomzaak en start je daarna beroep wegens het uitblijven van een beslissing, reken dan op een vrijwel zekere kostenveroordeling ten laste van de overheid.
Complicatie: als de overheid alsnog besluit nadat jij beroep hebt ingesteld, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren wegens verlies van belang. In dat geval draagt de overheid toch de kosten, omdat het haar vertraging was die de procedure uitlokte. De rechter past hier een coulante uitleg op toe.
Drie rekenvoorbeelden met eindbalans
Scenario 1: verloren civiele zaak bij het gerechtshof
Je gaat als particulier in hoger beroep in een huurgeschil. Je betaalt ca. €343 griffierecht. Je verliest. De rechter veroordeelt jou in de proceskosten van de wederpartij, zeg €2.200 via het liquidatietarief. Eindbalans: je betaalt €343 griffierecht (eigen rekening) plus €2.200 proceskostenvergoeding aan de ander. Totaal verlies: ca. €2.543, plus je eigen advocaatkosten.
Scenario 2: gewonnen bestuursrechtelijk beroep bij de ABRvS
Je vecht een geweigerde omgevingsvergunning aan. Griffierecht hoger beroep: €184. Je wint. De Raad van State veroordeelt de gemeente in de proceskosten: 3 punten x €907 is €2.721. Eindbalans: je ontvangt €184 griffierecht terug plus €2.721 proceskostenvergoeding. Je werkelijke advocaatkosten waren €4.500, dus je houdt een netto eigen last van ca. €1.600.
Scenario 3: dwangsomzaak gevolgd door beroep wegens niet-tijdig beslissen
Je hebt een ingebrekestelling verstuurd; de gemeente beslist niet. Je incasseert €1.442 dwangsom en start beroep wegens niet-tijdig beslissen. Griffierecht rechtbank: ca. €184. De gemeente beslist alsnog tijdens de procedure, maar de rechter veroordeelt haar toch in de kosten: €184 griffierecht terug plus €1.814 proceskosten (2 punten). Eindbalans: netto opbrengst €3.440 (dwangsom plus proceskosten), minus eigen advocaatkosten.
In het bestuursrecht krijg je je griffierecht bijna altijd terug als je gelijk krijgt. In het civiele recht hangt het af van de uitkomst en het oordeel van de rechter. Een proceskostenveroordeling dekt nooit je volledige advocaatrekening maar is wel een tastbare bijdrage. Kom je in aanmerking voor een toevoeging, vraag die dan op tijd aan. En mis de griffierechttermijn niet: die is hard.


