Je opent een spaarrekening op naam van je kind, zet er een flink bedrag op en denkt: dit is geregeld. Tot je de belastingaangifte invult en ontdekt dat dat spaargeld gewoon meegeteld wordt in jouw box 3-vermogen, alsof jij het zelf aanhoudt. Dat roept direct een vraag op: hoe zit dat precies, en wat betaal je er uiteindelijk aan?
De basisregel: kindvermogen telt gewoon bij jou op
De wet is helder, ook al voelt die onlogisch. Artikel 2.15 van de Wet IB 2001 zegt dat het vermogen van minderjarige kinderen automatisch wordt opgeteld bij het vermogen van de ouder die het gezag uitoefent. Het maakt dus niet uit dat de spaarrekening op naam van je kind staat. Fiscaal gezien is het alsof het geld op jouw naam staat.
Dit geldt voor kinderen tot 18 jaar. Zodra je kind meerderjarig is, vervalt de bijtelling en doet je kind zelf aangifte.
Welk vermogen wordt wél meegeteld?
De meeste vormen van vermogen die je op naam van je kind zet, vallen gewoon in de bijtelling:
- Spaarrekeningen op naam van het kind
- Beleggingsrekeningen en effectenportefeuilles
- Cryptovaluta die het kind bezit
- Geld op een gewone betaalrekening boven het vrijgestelde saldo
Kortom: alles wat jij of een ander zonder juridische beperkingen op naam van het kind hebt gezet, telt mee.
Welk vermogen valt buiten de bijtelling?
Er zijn uitzonderingen, maar die zijn kleiner dan veel ouders hopen. Vermogen valt buiten de bijtelling als:
- Het kind zelf inkomen verdient en dat spaart (denk aan een bijbaan van een 16-jarige, dat inkomen en de besparingen daaruit tellen niet mee bij de ouders)
- Er sprake is van een erfenis of schenking waarbij een onafhankelijke derde bewindvoerder is aangesteld, dus niet de ouder zelf
- Er een testament met bewind is waarbij het vermogen juridisch gezien buiten het beheer van de ouder valt
Een simpele schenking zonder bewind, gewoon geld overgemaakt naar de rekening van je kind, valt er dus gewoon wél onder. Dat is de valkuil waar de meeste ouders instappen.
Hoe werkt de bijtelling in box 3?
In de huidige box 3-systematiek wordt gekeken naar je vermogen op 1 januari van het belastingjaar. Dat is de peildatum. Het vermogen van je minderjarige kind op die datum wordt opgeteld bij jouw vermogen, of bij het vermogen van jouw fiscale partner als je die hebt. Jullie mogen zelf kiezen hoe jullie het gezamenlijke vermogen verdelen voor de aangifte, maar het kindvermogen komt er altijd bovenop.
Het heffingvrij vermogen in box 3 bedraagt per belastingplichtige een vastgesteld bedrag. Dat vrijgestelde bedrag geldt voor jou, en voor jouw partner als je die hebt, maar het kind krijgt geen eigen vrijstelling. Het kind is immers geen belastingplichtige in deze context.
Rekenvoorbeeld 1: het gezin dat onaangenaam verrast wordt
Stel: jij en je partner hebben samen €60.000 aan spaargeld. Jullie hebben ook €15.000 op een rekening gezet voor jullie dochter van 10 jaar. Jullie denken: dat €15.000 valt onder haar vrijstelling. Maar nee. Het totale vermogen dat in box 3 meetelt is €75.000. Afhankelijk van de hoogte van het heffingvrij vermogen en de geldende tarieven kan dat betekenen dat jullie over een substantieel hoger bedrag belasting betalen dan verwacht.
Rekenvoorbeeld 2: de alleenstaande ouder die net over de grens valt
Een alleenstaande moeder heeft €48.000 aan spaargeld. Het heffingvrij vermogen voor een alleenstaande ligt net iets hoger dan dat. Ze betaalt dus geen box 3-belasting. Ze heeft haar zoon een verjaardagscadeau van €5.000 gegeven, overgemaakt naar zijn spaarrekening. Peildatum 1 januari: haar eigen spaargeld plus die €5.000 van haar zoon telt samen op. Ze komt nu boven de vrijstellingsgrens en betaalt alsnog belasting. Over een bedrag dat ze dacht te hebben weggegeven.
Kind wordt 18: wat verandert er dan?
Goed nieuws als je kind in oktober 2026 net 18 is geworden: vanaf 1 januari van het jaar waarin je kind 18 wordt, valt het vermogen van het kind niet meer bij jou in box 3. Je kind doet voortaan zelf aangifte en heeft recht op een eigen heffingvrij vermogen. Dat kan juist voordelig uitpakken, zeker als het kind weinig of geen ander vermogen heeft. Controleer wel of je kind dit goed in de gaten heeft, want ook een 18-jarige kan een naheffing krijgen als hij of zij de aangifte vergeet.
Scheiden en co-ouderschap: bij wie telt het mee?
Dit is een situatie waar de regels wat ingewikkelder worden. Als ouders gezamenlijk het gezag hebben maar niet meer samenwonen, wordt het vermogen van het kind in principe opgeteld bij de ouder bij wie het kind staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Dat kan dus betekenen dat één ouder een hogere box 3-aanslag krijgt terwijl de andere ouder er geen last van heeft. Controleer dit goed bij een scheiding, want de praktijk is weerbarstig en de Belastingdienst kijkt strikt naar de inschrijving.
Drie strategieën om de belasting te beperken
Er zijn manieren om dit slim aan te pakken, maar je moet ze wel bewust inzetten.
Bewind instellen. Als je een schenking doet aan je kind en daarbij een onafhankelijke bewindvoerder aanstelt, iemand anders dan jezelf, dan valt het vermogen buiten de bijtelling. Dit vraagt een notaris en enige administratie, maar bij grotere bedragen loont dat zeker.
Timing van schenkingen. De peildatum is 1 januari. Doe je een schenking na 1 januari, dan telt dat vermogen pas het volgende jaar mee. Strategisch schenken net na de peildatum geeft je een jaar extra ruimte. Omgekeerd: zorg dat geld dat je wilt terugboeken vóór 1 januari van de rekening af is.
Keuze van rekeningtype. Sommige spaarproducten, zoals een geblokkeerde rekening met een derde als beheerder, kunnen buiten de bijtelling vallen. Vraag je bank of een adviseur welke constructies beschikbaar zijn. Een gewone kinderspaarrekening bij de ING of Rabobank is dat in de meeste gevallen niet.
De veelgemaakte aangiftefout
Veel ouders vergeten simpelweg het vermogen van hun kind in te vullen in de aangifte. Ze zien de rekening als die van het kind en denken er niet aan. De Belastingdienst kan dit later ontdekken, bijvoorbeeld via gegevens van banken. Het gevolg: een naheffing, rente over het te weinig betaalde bedrag, en soms een verzuimboete. Die boete begint bij een paar honderd euro maar kan oplopen als er sprake is van opzet of herhaling. Voorkomen is dus een stuk aangenamer.
Praktisch stappenplan voor de aangifte
Stap 1. Bepaal de peildatum. Het gaat om het vermogen op 1 januari van het belastingjaar waarover je aangifte doet. Kijk op die datum naar alle rekeningen en beleggingen op naam van je minderjarige kinderen.
Stap 2. Verzamel de saldi. Vraag jaaroverzichten op bij de bank of download ze via de app. Noteer het exacte saldo op 1 januari, niet het eindsaldo van het jaar.
Stap 3. Open je aangifte en ga naar het onderdeel box 3. In de aangifte van de Belastingdienst is er een specifiek onderdeel voor het vermogen van kinderen. Dit staat apart vermeld onder ‘bezittingen van minderjarige kinderen’ of vergelijkbare bewoording.
Stap 4. Vul het vermogen in bij de juiste ouder. Bij een fiscale partner mogen jullie kiezen hoe jullie het totale vermogen verdelen, maar doe dat bewust. Het kindvermogen wordt als extra post opgeteld.
Stap 5. Controleer of er uitzonderingen gelden. Is er bewind? Is het vermogen afkomstig uit eigen inkomen van het kind? Zo ja, voeg de relevante documentatie toe of houd die bij de hand als de Belastingdienst vragen stelt.
Vermogen op naam van je minderjarige kind telt fiscaal gewoon mee in jouw box 3-aangifte. Dat verandert pas als je kind meerderjarig wordt of als er bewind is ingesteld dat aan de voorwaarden voldoet. Controleer elk jaar vóór 1 januari wat er op die rekening staat, want de peildatum bepaalt wat je aangeeft. Wie dat goed bijhoudt, voorkomt een naheffing die je later alsnog moet betalen.


